De geschiedenis van onze Willibrordusparochie
De geschiedenis van deze Rooms-katholieke gemeenschap gaat terug tot ongeveer het jaar 1200. In 1190 koopt Biggo van Duiveland een stuk grond onder Pendrecht en het recht om land in te polderen.
Toen al bouwde Biggo van Duijveland een kapelletje naast zijn kasteel van Rhoon. Na de St. Elisabethsvloed, omstreeks 1433 werd er naast het kasteel een stenen kerk gebouwd.
Na de beeldenstorm werd deze kerk door de Protestanten in bezit genomen. Hans Willem Bentinck was ook protestants, maar hij liet de rooms-katholieke mensen de Kerkzaal in het Kasteel gebruiken.
De Heren van Rhoon (de familie Van Duiveland) bleven, ook na de Hervorming, rooms-katholiek.

Tot aan de Hervorming was de kerk gewijd aan Sint Willibrord. In 1577 wordt de eerste predikant
benoemd.
In 1683 liet Hans Willem Bentinck een kleine kerk bouwen op het Rhoonse Veer, waar de meeste rooms-katholieken woonden.
En daar werd in 1894 het huidige kerkgebouw ingezegend.

(gegevens uit het boekje met dezelfde naam door Th.H.M. van Eijk S.J., nog verkrijgbaar via het parochiesecretariaat)
A.C. Bleijs, bouwmeester van onze Willibrorduskerk (1912 - 2012)

Op 12 januari was het 100 jaar geleden dat A.C. Bleijs,
architect van onze kerk, overleed. Een feit om even stil te
staan. Bleijs heeft een neogotisch kerkje ontworpen dat
zeker in onze regio nog steeds een reputatie heeft als een
mooi, intiem, warm kerkje. Wat het uiterlijk betreft zou je
er over kunnen twisten of het torentje de schoonheidsprijs
verdient, maar onlangs kwam ik op een gewone
vrijdagmorgen binnen, de kerk al voorbereid voor de Mis met overal kaarsjes
aan, allerlei beelden en decoratie schitterend in hun licht, een enkele vroege
kerkganger al geknield in stil gebed: nog steeds prachtig, ook heden ten dage!
Bleijs was een enigszins eigenwijs man. Een voordeel van die houding was
dat hij tegen de conservatieve stroming in durfde gaan, die volhield dat alleen
de Middeleeuwen passende kerkgebouwen hadden opgeleverd.
Hij experimenteerde, overigens niet als enige, met Romaanse,
Renaissancistische en zelfs oosterse elementen en zijn eerste uitgevoerde
ontwerp, St Cyriacus in Hoorn, had van alles wat, zelfs een koepel ! Natuurlijk
de strijdvaardigheid van een beginnend en vernieuwend architect. Heisa in de
vakpers natuurlijk.
Maar niets menselijk was hem vreemd. Hij was leerling van de beroemde
bouwmeester P.J.H. Cuypers (o.m. het Centraal Station te Amsterdam)
gedurende 2 jaar, maar vervolgde zijn opleiding bij de Academie des Beaux
Arts te Antwerpen, 3 jaar. Objectieve levensbeschrijvingen onthullen weinig
over wat er precies is gebeurd, maar Cuypers en Bleijs gingen niet als
vrienden uit elkaar. Dat zal er dan wel de oorzaak van zijn, dat Bleijs over
Cuypers ‘ ontwerp van de Bavo in Haarlem (!) verzuchtte: “Och, och, wat een
armoede !”
Het is overigens een merkwaardig toeval dat Cuypers” Amsterdam Centraal
Station en de Sint Nicolaaskerk van Bleijs recht tegenover elkaar staan.
Een fraai commentaar lezen we in De Telegraaf van 23 november 1903:
Een ( ) verdienste van Bleijs is nog de soliditeit en de practische inrichting van
zijn werken, waardoor deze niet slechts een de eischen de schoonheid maar
ook aan die van het nut voldoen en evenzeer ons gemak dienen als onzen
smaak streelen.
Wie het proces van de totstandkoming van onze Willibrordkerk volgt leert de
bouwmeester kennen als een veelzijdig man, die kon werken in een goed
teamverband met de opdrachtgever (bouwpastoor Burgers en het KB),
bouwers en kunstenaars die het interieur met beelden e.d. verfraaiden. Zelfs
heeft hij een poging gedaan gebrandschilderde ramen te ontwerpen, maar die
zijn (geld !) nooit uitgevoerd en de huidige ramen zijn van veel later ontwerp.
Perfect was ook zijn kostenbewaking, daaronder ook zijn geslaagde pogingen
om het aanbestedings-resultaat onder de 30.000 Gulden te houden. Dat
everde hem op een zondagavond nog een bezoek aan huis op van een
kwaaie aannemer, die vond dat hij de opdracht had moeten krijgen. Niet
zonder humor schrijft hij dat als voetnootje in een brief aan pastoor Burgers,
met de aantekening: “Ik was net onder zeil….
Mocht Bleijs al enige neiging tot dominantie hebben, als eigenaar van een
architectenbureau, en daardoor ook zakenman, moest het af en toe tegen
koning klant afleggen en werden de ontwerpen traditioneler dat hij gewild zou
hebben.
Het bouwdossier van onze kerk roept een beeld op van redelijke mannen die
er in een samenwerking van geven en nemen goed uitkwamen. Uit eigen
beroepservaring kan ik zeggen dat het zo ook het beste lukt. Tegelijkertijd is
het gevolg van zo”n proces dat onze kerk heel mooi is, maar niet
spectaculair.
Zonder in details te treden: elders is het wel eens anders gelopen en sprak
een opdrachtgever zelfs over “dien naren Bleijs”.
In zijn laatste actieve jaren was hij inspecteur van de volksgezondheid. Hé ?
Ja, in die tijd ging de overheid zich meer bemoeien met de woningbouw:
lichttoetreding, minimale oppervlakken, sanitair, e.d. Deze nieuwe
bouwkundige eisen komen in de Woningwet van 1901 en zo komt een
bouwkundige dus in deze functie terecht. En hij daarmee bij de voorvechters
van menswaardiger behuizing, zoals in onze regio Spiekman en Rose.

John Verschoor, archivaris

Sint Willibrordus - zijn levensverhaal

deel 1 Leven en Werken van Willibrord

De H. Willibrord werd geboren in het jaar 658, niet ver van York, in het koninkrijk Northumberland, gelegen aan de zuidkant van het tegenwoordige Schotland.
Zijn moeder heette Mena, en op haar verlangen kreeg haar kind, het enige dat God haar schonk, de
naam Willibrord. Dat betekent: 'strijdlustige'. Zijn moeder stierf zeer jong. Men bracht het kind naar het klooster van Ripon, waar de H. Wilfried overste was. Deze abt had het klooster zelf gesticht en bestuurde het met wijs beleid. De vader van Willibrord heette Wilgis. Hij was een
zeer devoot man, die na de dood van zijn echtgenote de wereld verliet, priester werd, en aan de rivier de Humber een klooster sticht. Na een leven vol deugden stierf hij een zalige dood. In Engeland en in het bidsdom Trier wordt hij als Belijder vereerd. Zijn naamdag valt op 30 januari.